Dat ik een fervent wielrenner ben, is de vaste schare volgers van mijn columns vast niet ontgaan. Sinds eind maart ben ik dan ook in het bezit van een stalen ros en train ik de longen uit mijn lijf om ook maar in de buurt van enig amateurniveau te komen. Een topper zal ik nooit worden. Maar what else is new? Ik ben met mijn 24 jaar jong te oud om nog een carrière in de sport na te streven. Ik heb niet alleen te weinig ervaring binnen de fietssport (wel als deskundige op commentator gebied, maar dat telt helaas niet mee), maar ben daarnaast ook verkeerd gebouwd; te lang, te breed en te zwaar. In gewicht.
Als je mijn overtollige kilo’s eens wegdenkt, en dat doe ik regelmatig:), is mijn lichaamsbouw nog steeds niet te vergelijken met die van een Michael Rasmussen, Alberto Contador of een Andy Schleck. Daarvoor sleep ik in de basis al teveel kilo’s met mij mee. Ook de lichaamsbouw van tijdritspecialist Fabio Cancellara of wereldkampioen en topsprinter Thor Hushovd komen niet in de buurt van mijn postuur. Zelfs met mijn lengte kom ik hun ‘benen’ te kort. Die van mij zijn geschikt voor vlakke ritten. Strak en kantig asfalt. Waar mijn bandjes en mijn benen prima op gedijen. Dus… Mijn bouw is ruk, mijn fietskwaliteiten dito, en koersen, colletjes en bergen die ik beklim zullen voor mij slechts een gedachtegang blijven.
Mijn gebrek aan sportief talent neemt niet weg dat de training die ik mijzelf opleg niet onder doet voor die van een echte topsporter. Talent of niet, aanleg of geen aanleg, ik heb een doel voor ogen. Volgend jaar zomer wil ik de Alpen in. De magische Alpe d’Huez beklimmen. Voor het goede doel dan wel; voor mezelf. En omdat ik geen flater wil slaan, of zoals het gros van de wielrenners: blij wil zijn dat ik één keer boven kom, wil ik het goed aanpakken. Ik wil de berg zes keer op één dag beklimmen.
En omdat mijn postuur en conditie daar nu eenmaal niet voor zijn weggelegd is daar een plan voor nodig. Een bijna niet haalbaar plan. Maar het is mijn plan. De fiets is al klimproof. Maar nu mijn lichaam nog. Het ideale gestel voor een wielrenner van mijn lengte, 1.93 meter, is 65 kg en 4 procent vet. In de praktijk betekent dit dat ik 19 kilo moet afvallen en 5 procent vet moet lozen. Een verloren strijd? Welnee. Ook al ontbreekt het mij aan fysieke aanleg, mijn doorzettingsvermogen is te vergelijken met die van Armstrong. Strong. Sterk. Rechtdoorzee en mijn doel en niets anders dan mijn doel voor ogen.
Dus? Geen alcohol, geen frituur of baksels maar vetloos grillen (goodbye Princess, hello anti aanbaklaag van Tefal) geen snoep en jawel, u begrijpt het al, zoveel mogelijk trainen. Trainen. Trainen. En nog eens trainen. Met maar één doel: de Alpe d’Huez zes keer bestijgen. Aanleg of geen aanleg; het gevecht tegen de kilo’s is begonnen.