You are browsing the archive for Goed gevoel.

De balans: één jaar fietsen

april 12, 2011 in Goed gevoel, toertocht, trainen by Leander Mascini

Het was 25 maart precies één jaar geleden dat ik mijn eerste ritje op mijn Giant TCR Limited 2010 fietste. Een ritje van niets. Mijn bandjes voerden mij over een rit van bijna twaalf kilometer. Naar landingsbaan 5 en terug. Met een gemiddelde van 21,45 kilometer per uur.

Read the rest of this entry →

A Day in the Life of a City Cyclist

maart 17, 2011 in Goed gevoel, woonwerkverkeer by Bart Brouwers

Een fietstochtje door het centrum van Tel Aviv

Trots

januari 3, 2011 in Goed gevoel, trainen by Leander Mascini

‘Jij bent wel een trots mannetje hè?’ Die opmerking zette me deze week aan het denken. Eén zinnetje. Maar met een enorme impact. Want is dat wel zo? Ben ik een trots persoon? En waar zou ik trots op moeten zijn? En heeft trots dezelfde betekenis als arrogant of vol zijn van jezelf, of is het een daar meer uitgeklede versie van?

De persoon in kwestie had er geen kwade bedoelingen mee. Tenminste: dat beweerde ze. Ze volgde me op Twitter en Facebook en het viel haar op dat ik het eigenlijk alleen maar over wielrennen had. En dat ik er blijkbaar trots op was, dat ik zo gigantisch hard aan het trainen was. Dat ik elke dag een update gaf over mijn workout. Het kwam er eigenlijk op neer dat ze me een trotse jongen vond, met een gigantische obsessie.

Eerst wilde ik me verdedigen. Vertellen dat ik helemaal niet hoog van de toren wil blazen. Dat het niets met arrogantie of hoog van de toren blazen te maken heeft.

Maar in de kern heeft ze gelijk. Ik ben ook wel trots. Niet op mijn fietsprestaties zelf, want die kunnen nog stukken beter, maar wel op mijn discipline. Sinds half augustus doe ik niets anders dan trainen. Het begon met eens in de drie dagen, maar inmiddels is dat opgevoerd tot elke dag.

Daarnaast let ik op mijn voeding en drink ik sinds begin september geen druppel alcohol meer. En ja: daar ben ik trots op. Niet zozeer dat ik een obsessieve wielerfanaat ben geworden, maar wel dat ik de volhardendheid heb om het vol te houden. En dat ik het elke dag kan opbrengen om op het zadel te springen en mijn rondje te fietsen.

Noem het uitsloverij. Noem het arrogantie. Noem het tonen hoe goed je bent. Maar het showen van mijn resultaten aan anderen helpt mij daarbij. De reacties van mijn volgers motiveren mij enorm. Zowel de positieve als negatieve weerklanken. De positieve reacties maken mij trots, de negatieve geven mij alleen maar meer energie om tot het uiterste te gaan.

Trots? Niet op mijzelf, maar op mijn discipline. En zeg nou zelf: dat mag toch best?

Daar weegt een beetje dope echt niet tegenop

november 1, 2010 in Geen categorie, Goed gevoel, media by Leander Mascini

Lance Armstrong is een held. De beste atleet op aarde. Ja: ik durf hem wel hoger te zetten dan Michael Jordan, Michael Schumacher en die gast die zo hard kan rennen. De Amerikaan heeft de grootste comeback uit de menselijke geschiedenis gemaakt. Het verhaal is bekend: in 1996 werd er bij de renner teelbalkanker geconstateerd. In plaats van bij de pakken neer te zitten, ging hij het gevecht met de dood aan. Hij had hoop. En hoop doet leven.

Het gevecht met de dood won hij. Glansrijk. Nadat hij helemaal ‘schoon’ werd verklaard , besloot hij nóg harder te trainen dan hij al deed. Zijn lichaam werd een tempel. Zijn materiaal werd heilig. Hij zette de wielersport op zijn kop. Niet alleen door zeven keer op rij de Tour de France, ofwel: de grootste wielerronde ter wereld, op zijn naam te schrijven, maar ook door een revolutie te ontketenen.

Nog nooit eerder was iemand zo gericht op de sport. Hij was constant bezig met verbetering. Zijn fiets werd lichter en lichter. Het materiaal werd steeds serieuzer en de windtunneltesten waren niet om aan te slepen. In samenwerking met Trek, Discovery en AMD (van de computers) maakte hij een heus fietslab.

Dat Armstrong de wielerwereld zo in zijn macht zou krijgen had niemand verwacht. Zijn kansen om de uitgezaaide teelbalkanker te overleven, waren miniem. Armstrong stayed strong. Toonde wilskracht en liet de wereld zien dat er ook voor de terminale mens nog hoop is. Zijn hoop deed anderen leven. Daarnaast zette hij met Livestrong een grootse stichting op de wereld die miljoenen euro’s in de strijd tegen kanker stopt.

Jammer genoeg is dat niet waar iedereen Lance aan herinnert. Dankzij l’Equipe en zijn oud ploeggenoten van US Postal wordt de wielerheld vooral gezien als een vervend gebruiker van EPO en andere verboden middelen. Achter al zijn overwinningen staan vraagtekens.

En dat is een schande. In plaats van Armstrong als dopingzondaar neer te zetten, zou de wielersport hem moeten vereren. Lance hoort een voorbeeld te zijn. Voor ieder mens. Want deze wielrenner heeft laten zien dat hij voor meer kan zorgen dat ritoverwinningen. Hoop, voor terminaal zieke kankerpatiënten. Daar weegt een beetje dope echt niet tegenop.

Klik hier voor meer wielerartikelen.

Doel gehaald: magische afstand verreden

oktober 20, 2010 in Goed gevoel, toertocht, trainen by Leander Mascini

Voor een beginnend wielrenner is er eigenlijk maar één magische afstand: die van 100 kilometer in één ritje. Zo ook voor mij. Je bent namelijk pas een echte wielrenner wanneer je een rit hebt gereden waarin je deze grens hebt gepasseerd.

Mij is dat dus gelukt. Vandaag. En vraag niet hoe. Het was koud, het regende, ik moest gigantisch plassen, en dus afstappen en er stond een lastige wind. Daarnaast was het asfalt glad, waardoor ik twee maal bijna onderuit ging. In een reflex hield ik mezelf op de been. Ik vraag me nog steeds af hoe.

Hier mijn gereden route. Ja, er zitten wat rare lijntjes bij, maar ik was ergens halverwege verdwaald. Vandaar. Andere ritten vind je hier.

Mijn doel voor 2010 is gehaald. In mijn eerste half jaar heb ik de 100 kilometer gehaald. Een mijlpaal. Op naar de volgende: 150. Maar dan wel in het voorjaar.

Het gevecht tegen de kilo’s

oktober 18, 2010 in Goed gevoel, mankementen aan lijf en leden, toertocht, trainen by Leander Mascini

Dat ik een fervent wielrenner ben, is de vaste schare volgers van mijn columns vast niet ontgaan. Sinds eind maart ben ik dan ook in het bezit van een stalen ros en train ik de longen uit mijn lijf om ook maar in de buurt van enig amateurniveau te komen. Een topper zal ik nooit worden. Maar what else is new? Ik ben met mijn 24 jaar jong te oud om nog een carrière in de sport na te streven. Ik heb niet alleen te weinig ervaring binnen de fietssport (wel als deskundige op commentator gebied, maar dat telt helaas niet mee), maar ben daarnaast ook verkeerd gebouwd; te lang, te breed en te zwaar. In gewicht.

Als je mijn overtollige kilo’s eens wegdenkt, en dat doe ik regelmatig:), is mijn lichaamsbouw nog steeds niet te vergelijken met die van een Michael Rasmussen, Alberto Contador of een Andy Schleck. Daarvoor sleep ik in de basis al teveel kilo’s met mij mee. Ook de lichaamsbouw van tijdritspecialist Fabio Cancellara of wereldkampioen en topsprinter Thor Hushovd komen niet in de buurt van mijn postuur. Zelfs met mijn lengte kom ik hun ‘benen’ te kort. Die van mij zijn geschikt voor vlakke ritten. Strak en kantig asfalt. Waar mijn bandjes en mijn benen prima op gedijen. Dus… Mijn bouw is ruk, mijn fietskwaliteiten dito, en koersen, colletjes en bergen die ik beklim zullen voor mij slechts een gedachtegang blijven.

Mijn gebrek aan sportief talent neemt niet weg dat de training die ik mijzelf opleg niet onder doet voor die van een echte topsporter. Talent of niet, aanleg of geen aanleg, ik heb een doel voor ogen. Volgend jaar zomer wil ik de Alpen in. De magische Alpe d’Huez beklimmen. Voor het goede doel dan wel; voor mezelf. En omdat ik geen flater wil slaan, of zoals het gros van de wielrenners: blij wil zijn dat ik één keer boven kom, wil ik het goed aanpakken. Ik wil de berg zes keer op één dag beklimmen.

En omdat mijn postuur en conditie daar nu eenmaal niet voor zijn weggelegd is daar een plan voor nodig. Een bijna niet haalbaar plan. Maar het is mijn plan. De fiets is al klimproof. Maar nu mijn lichaam nog. Het ideale gestel voor een wielrenner van mijn lengte, 1.93 meter, is 65 kg en 4 procent vet. In de praktijk betekent dit dat ik 19 kilo moet afvallen en 5 procent vet moet lozen. Een verloren strijd? Welnee. Ook al ontbreekt het mij aan fysieke aanleg, mijn doorzettingsvermogen is te vergelijken met die van Armstrong. Strong. Sterk. Rechtdoorzee en mijn doel en niets anders dan mijn doel voor ogen.

Dus? Geen alcohol, geen frituur of baksels maar vetloos grillen (goodbye Princess, hello anti aanbaklaag van Tefal) geen snoep en jawel, u begrijpt het al, zoveel mogelijk trainen. Trainen. Trainen. En nog eens trainen. Met maar één doel: de Alpe d’Huez zes keer bestijgen. Aanleg of geen aanleg; het gevecht tegen de kilo’s is begonnen.

Een opgestoken handje

september 9, 2010 in Goed gevoel by Ron van den Boogaard

In tegenstelling tot het voetbal en formule 1 heb ik in de wielersport geen team waarvan ik fanatiek supporter ben. Natuurlijk heb ik bij de ene ploeg meer gevoel dan de andere. Liquigas omdat ze zo lekker aanvallen. Vancancesoleil en Skil omdat het zo heerlijke sympathieke underdogs zijn. Caisse d’Epargne vanwege de mooie shirts.

Dan is er Rabo waar ik eigenlijk geen band mee heb, maar me uit chauvinistische motieven wel erg druk over maak. Maar dat chauvinisme ligt ook bij Belgische ploegen als QuickStep, Lotto-Omega_Pharma en TopSport Vlaanderen.

En dan zijn er ploegen waarbij ik helemaal niets voel. RadioShack bijvoorbeeld. Hoewel ik Johan Bruijneel een uiterst aimabel mens vind. Français des Jeux. Heb ik ook niets mee. En AG2R. Was er ook zo een.

De vrijdag voor de tourtocht van de Giro besluiten mijn zoon en ik om een rondje van 80 á 90 kilometer te rijden. De 100 km waarvoor we ons hebben aangemeld boezemt enige angst in. Goed voorbereid zijn is dus een een vereiste.

We zijn wel een beetje trots dat we dit gaan ondernemen. De roze Giro-shirts die we een paar dagen eerder hebben ontvangen lijkt de gepaste kleding. Uit het rek trekken we respectievelijk onze gele Basso en Wilier. Met de zwarte broeken doen we net of we een team zijn.

Op de Ringvaart vlak voor Schiphol zijn we warm gereden. Het plan is om een stukje rondje Haarlemmermeer te rijden. Net voor het tunneltje bij Schiphol-Oost horen we andere fietsen achter ons. En licht gegniffel. We worden ingelopen door op twee prachtige Kuota’s gezeten, in hele strakke kleding gestoken reners. Een grote glimlach en een opgestoken handje is ons deel.

Ze slaan af richting Badhoevedorp. Wij volgen. Hangen in hun wiel.

“Is this the right way to Harlem.” Vraagt een van de twee, die later na stevig googlen, Hubert Dupont blijkt te zijn met een bijna onverstaanbaar vet frans accent.

We bevestigen dit. Terwijl wij onze longen uit het lijf fietsen, zitten de twee gezellig te keuvelen.

“We go train now, thanks guys.”

Ze zetten aan. Ik moet laten lopen. Mijn zoon springt mee. Na een paar minuten zie ik hem in de verte stoppen en omdraaien. Nahijgend komt die terug gepeddeld.

“Die gasten gaan wel vijftig in het uur hé. Dat is echt niet te filmen.”

Hij checkt zijn computer.

“Shit, ik heb 48 gereden. En dan gaan ze bij me weg. Tering.”

Als ik nu voor de TV zit, weet ik hoe mooi het bruin van de broeken van ALM zijn. Zit te zoeken naar het gezicht van Hubert.

Het opgestoken handje zorgt er voor dat ik fan ben geworden. AG2R-La Mondial gaat niet meer van mijn netvlies.

Nu is het Vuelta tijd. Die kleine (9 centimeter groter dan ik)en ik zitten voor de TV.

“He, is dat niet die gast, die we…?”

“Ja, dat is ‘m.”

Lekkere afdaling

september 7, 2010 in Goed gevoel by Bart Brouwers

Prima afdaling van de burcht van Begur naar het 5 kilometer verderop aan de kust liggende Aiguafreda, ongeveer 100 kilometer ten noorden van Barcelona. Rijdt u even mee?

Ïk ben verslaafd

juli 30, 2010 in Goed gevoel by Leander Mascini

Hallo. Ik ben Leander. En ik ben verslaafd. Anders kan ik het niet uitleggen. De afgelopen tijd stap ik namelijk elke middag op mijn fiets. Weer of geen weer. Wind of geen wind. Regen of kurkdroog. Het maakt mij niet uit. Ik moét fietsen. De tandwielen horen draaien, mijn benen aanspannen en mezelf het snot voor de ogen fietsen. Het geeft me een werelds gevoel, met niets te vergelijken.

Het lekkerste van wielrennen is de absolute rust. Vaak fiets ik alleen. Nee, dat is niet eenzaam, je hoeft op de fiets weinig te delen. Het is juist lekker dat er niemand op je let. Je hoeft je even geen zorgen te maken. Rustig nadenken over van alles en nog wat en geen gezeur aan je kop. Geen deadlines, alleen stilte. Het enige dat geluid maakt zijn de langsrazende auto’s en de wind, die langs je helm waait.

Maar eigenlijk is dat niet waar het wielrennen voor mij om draait. Ik wil gewoon beter worden. Al mijn spieren voelen branden en steeds een hoger gemiddelde kunnen fietsen. Waarom? Geen idee. Zoals ik ook al in mijn vorige column aangaf, zit een profcarrière er mooi niet meer in. Ik doe het dus omdat ik niet anders wil. Of nou ja: kan. Ik moet het gewoon doen, dat zit in mijn systeem.       Volgens Wikipedia is een verslaving een ‘toestand waarin een persoon fysiek en/of mentaal van een gewoonte of stof afhankelijk is, zodanig dat hij/zij deze gewoonte of stof niet, of heel moeilijk los kan laten. Het gedrag van de persoon is voornamelijk gericht op het verkrijgen en innemen van het middel.’ Goed, dat komt dus aardig overeen met mijn gedrag. Het maakt niet uit, wat er ook gebeurt: als ik maar kan fietsen.

Daarom ben ik benieuwd wat me te wachten staat. Vanaf vandaag ben ik namelijk op vakantie. En dat betekent dat ik twee weken mijn stalen ros niet kan beteugelen. Ik zal het geluid van de rubberen bandjes op het asfalt, het gevoel in mijn benen, wanneer ik nog even doorschakel in een klim, de pijn in mijn lichaam wanneer ik ’s morgens opsta, echt wel gaan missen. Het wordt afkicken op vakantie. Ontwenningsverschijnselen zullen doen optreden. Trillende benen, knikkende knietjes en een slecht humeur. Ik heb nu al medelijden met mijn reisgenoten.

Maar ach, je weet wat ze zeggen over verslaafden. Die vinden overal wel een oplossing voor. Alles voor die drug, dat lekkere gevoel.

Zouden ze ook ergens fietsen verhuren rond het Gardameer?

Een stad die van haar bezoekers houdt, geeft ze fietsen

juli 29, 2010 in Goed gevoel, gadgets, woonwerkverkeer by Bart Brouwers

Posted using Mobypicture.com

Kopenhagen heeft het, net als Perpignan. En een groeiend aantal andere Europese steden. Zoals Barcelona, waar ik het vandaag zelf kon uitproberen: een systeem waarbij je als bezoeker (en als inwoner natuurlijk) voor een paar centen op een van de honderden vaste punten in de stad een fiets kunt pakken en er mee weg kunt rijden. Altijd een tweewieler bij de hand, prachtig!

De fietsen zijn in goede staat en in overvloed (duizenden) aanwezig. Je kunt er op een van de honderden uitleverpunten (zoals Placa de Catalunya, op de foto) een pakken en ‘m op een willekeurig ander punt weer inleveren. Door de stad rijden constant busjes die de fietsen van de minder courante plekken terugverplaatsen naar de wat drukkere. Ik heb niet de kans gehad om het systeem volledig te doorgronden, maar het lijkt op het eerste oog prima te functioneren.

Amsterdam was in de jaren zestig/zeventig blijkbaar gewoon een paar decennia te vroeg met het witte fietsenplan, maar de tijd lijkt meer dan rijp voor een herkansing. Trouwens, ook in alle andere Nederlandse steden van pakweg meer dan honderdduizend inwoners. Misschien is voor het welslagen nog wel een slimme combinatie met de OV-fietsen van de NS te maken?

Hoe dan ook, goede voorbeelden te over.