In tegenstelling tot het voetbal en formule 1 heb ik in de wielersport geen team waarvan ik fanatiek supporter ben. Natuurlijk heb ik bij de ene ploeg meer gevoel dan de andere. Liquigas omdat ze zo lekker aanvallen. Vancancesoleil en Skil omdat het zo heerlijke sympathieke underdogs zijn. Caisse d’Epargne vanwege de mooie shirts.
Dan is er Rabo waar ik eigenlijk geen band mee heb, maar me uit chauvinistische motieven wel erg druk over maak. Maar dat chauvinisme ligt ook bij Belgische ploegen als QuickStep, Lotto-Omega_Pharma en TopSport Vlaanderen.
En dan zijn er ploegen waarbij ik helemaal niets voel. RadioShack bijvoorbeeld. Hoewel ik Johan Bruijneel een uiterst aimabel mens vind. Français des Jeux. Heb ik ook niets mee. En AG2R. Was er ook zo een.
De vrijdag voor de tourtocht van de Giro besluiten mijn zoon en ik om een rondje van 80 á 90 kilometer te rijden. De 100 km waarvoor we ons hebben aangemeld boezemt enige angst in. Goed voorbereid zijn is dus een een vereiste.
We zijn wel een beetje trots dat we dit gaan ondernemen. De roze Giro-shirts die we een paar dagen eerder hebben ontvangen lijkt de gepaste kleding. Uit het rek trekken we respectievelijk onze gele Basso en Wilier. Met de zwarte broeken doen we net of we een team zijn.
Op de Ringvaart vlak voor Schiphol zijn we warm gereden. Het plan is om een stukje rondje Haarlemmermeer te rijden. Net voor het tunneltje bij Schiphol-Oost horen we andere fietsen achter ons. En licht gegniffel. We worden ingelopen door op twee prachtige Kuota’s gezeten, in hele strakke kleding gestoken reners. Een grote glimlach en een opgestoken handje is ons deel.
Ze slaan af richting Badhoevedorp. Wij volgen. Hangen in hun wiel.
“Is this the right way to Harlem.” Vraagt een van de twee, die later na stevig googlen, Hubert Dupont blijkt te zijn met een bijna onverstaanbaar vet frans accent.
We bevestigen dit. Terwijl wij onze longen uit het lijf fietsen, zitten de twee gezellig te keuvelen.
“We go train now, thanks guys.”
Ze zetten aan. Ik moet laten lopen. Mijn zoon springt mee. Na een paar minuten zie ik hem in de verte stoppen en omdraaien. Nahijgend komt die terug gepeddeld.
“Die gasten gaan wel vijftig in het uur hé. Dat is echt niet te filmen.”
Hij checkt zijn computer.
“Shit, ik heb 48 gereden. En dan gaan ze bij me weg. Tering.”
Als ik nu voor de TV zit, weet ik hoe mooi het bruin van de broeken van ALM zijn. Zit te zoeken naar het gezicht van Hubert.
Het opgestoken handje zorgt er voor dat ik fan ben geworden. AG2R-La Mondial gaat niet meer van mijn netvlies.
Nu is het Vuelta tijd. Die kleine (9 centimeter groter dan ik)en ik zitten voor de TV.
“He, is dat niet die gast, die we…?”
“Ja, dat is ‘m.”